Catsheuvel

Woongebouw Catsheuvel ligt in de uiterste punt van de voormalige villawijk Zorgvliet. Bij de invulling van deze wijk zijn tussen projectontwikkelaar, natuurorganisaties en gemeente felle discussies gevoerd over het groene karakter en de bebouwingsdichtheid, over de mogelijkheid om ook kantoren te bouwen en over mogelijke hoogbouw. Als er kantoren kwamen, werden die gebouwd als grote villa’s. De hoogbouw bleef beperkt tot twee woonhotels: Zorgvliet uit 1926 aan de Alexander Gogelweg en Catsheuvel uit 1929.

Typisch Haags
Woonhotels waren een typisch Haags verschijnsel. Het waren luxe appartementencomplexen, opgezet als stedelijk alternatief voor het wonen in een villa en ingegeven door schaarste aan dienstpersoneel. Woonhotel Catsheuvel had gescheiden gangen voor de eigenaren en hun gemeenschappelijke personeel, zoals portiers, wasvrouwen, liftboys, boodschappenjongens, koks en klusjesmannen. De bewoners beschikten over een centrale keuken, restaurant, conversatiezaal, biljartkamer, leeszaal en moderne voorzieningen als centrale verwarming, een centrale stofzuiginrichting, vuilstortkokers  en huistelefoon.

Gemeentemuseum
Catsheuvel werd gebouwd op één van de laatste zandduinen, naast het terrein dat door de gemeente al in 1913 was aangekocht voor de bouw van een museum.
De eerste plannen voor het bouwen van een museum als onderdeel van een cultureel centrum waren al in 1906 gelanceerd door H.E. Van Gelder, toen gemeentearchivaris en later directeur van het Gemeentemuseum. Pas na de Eerste Wereldoorlog kreeg architect H.P. Berlage de opdracht een ontwerp te maken. Zijn oorspronkelijke ontwerp bestond uit een museumcomplex en concert- en congreszalen. Dit plan ging de gemeente echter te ver. Berlage keerde terug naar zijn tekentafel en ontwierp het huidige Gemeentemuseum.
Met de opening van het Gemeentemuseum in 1935 was de wijk Zorgvliet voltooid en kon de ontwikkelingsmaatschappij Het Park Zorgvliet van Adriaan Goekoop worden opgeheven.

Gespaard
Met de aanleg van een betonnen tankmuur als onderdeel van de Atlantikwall verdween vrijwel de gehele villawijk Zorgvliet van de kaart.  Het gebouw Catsheuvel en een aantal villa’s eromheen bleven als enige gespaard. In eerste instantie werd ook Gemeentemuseum aangemerkt voor sloop, maar na protesten van de directeur en ambtenaren hoefde het gebouw uiteindelijk alleen te worden ontruimd. De leegstand, wateroverlast en de schade als gevolg van een aan de overkant neergestorte V2 brachten het gebouw vanaf 1943 echter aanzienlijke schade toe.

Definitief gescheiden
Op basis van de plannen van Dudok is in de kaalgeslagen zone een brede verkeersweg aangelegd, de President Kenndylaan. Hierdoor werden het gebouw Catsheuvel en de paar villa’s er omheen definitief gescheiden van de overgebleven villa’s in de wijk Zorgvliet.
Omdat renovatie te duur zou worden, werd Catsheuvel jaren na de oorlog gesloopt en in dezelfde stijl herbouwd.

AfbeeldingCatsheuvel nu. Klaas Vermaas / CC
Catsheuvel, 1925

Catsheuvel, 1925. Haags Gemeentearchief

Catsheuvel voor het begin van de bouw

Catsheuvel voor het begin van de bouw, ca. 1926. Haags Gemeentearchief

Catsheuvel in 1932

Catsheuvel in 1932

Gemeentemuseum en Catsheuvel, ca. 1935

Gemeentemuseum en Catsheuvel, ca. 1935. Aviodome

Kaalslag

Kaalslag, met uitzicht op Gemeentemuseum en Catsheuvel, 1943. Haags Gemeentearchief

Ravage in het Gemeentemuseum, 1945

Ravage in het Gemeentemuseum, 1945. Haags Gemeentearchief

Ravage in het Gemeentemuseum, 1945

Ravage in het Gemeentemuseum, 1945. Haags Gemeentearchief

ShareThis