Scheveningen

Verboden gebied

Scheveningen was grotendeels verlaten. Alleen burgers die nodig waren voor het functioneren van de vesting, zoals winkeliers, caféhouders, artsen en verpleegsters, waren achtergebleven of mochten naar binnen. Het strand en de boulevard waren voor hen verboden terrein. In de leegstaande hotels aan de boulevard waren Duitse soldaten ingekwartierd. Uit veel straten waren de stenen weggehaald voor de aanleg van paden naar de bunkers in de duinen. Na Dolle Dinsdag trokken veel Duitse bestuurders en NSB-ers zich in de vesting terug.

De Pier

Een bezoek aan het wandelhoofd Koningin Wilhelmina, de eerste pier van Scheveningen, was een geliefd uitje. De oorlog bracht hierin aanvankelijk geen verandering.

Toegang tot de vesting

Aanvankelijk waren er twaalf toegangen tot de vesting. De vesting zelf was nog vrij toegankelijk. In september 1943 veranderde dit. Houten noodbruggen over de tankgracht werden afgebroken, veerpontjes opgeheven. Wie naar binnen wilde, moest naast een persoonsbewijs over een speciale pas beschikken. Zeven doorgangen bleven intact: Houtrust, Scheveningseweg, Witte Brug, Javabrug, noodbrug Dierentuin, Malieveld en de Benoordenhoutseweg. Bij de laatste twee doorgangen stonden minitanks opgesteld.