bunker

Bunkers in de duinen

In het Oostduinpark bouwde de bezetter de Marine Seeziel-Batterie Scheveningen Nord. Dit was een bunkercomplex met in totaal zo’n tachtig bouwwerken, variërend van een vuurleidingspost S414 tot en met een keuken, voorraadkamers, latrines en een sauna. De bunkers van dit complex zijn na de oorlog ontruimd en afgesloten of begraven onder het zand. Sommige bunkers werden  door het Nederlandse leger in gebruik genomen. De bunkers bleken een ideale woonplaats voor vleermuizen en hebben naast een culturele ook een natuurwaarde.

Vuurleidingspost S414

Ter weerszijden van Scheveningen lag een groot bunkercomplex met luchtafweergeschut en kanonnen om vijandige schepen en vliegtuigen te treffen. Het commando werd gevoerd vanuit de S414-vuurleidingspost. Hiervandaan speurden soldaten naar de vijand. Ook werden er metingen verricht op basis waarvan de kanonnen konden worden ingesteld. De bunkers hadden een standaardontwerp. Daardoor kon vooraf worden berekend hoeveel beton, staal en mankracht er nodig was. Voor de bouw van een S414 was 1.800 kubieke meter beton nodig. Dat zijn ongeveer 300 moderne betonwagens.

Seyss-Inquart en Clingendael

Van 1940 tot 1945 was de Oostenrijkse jurist Arthur Seyss-Inquart rijkscommissaris van het bezette Nederland. Hij woonde op het landgoed Clingendael. In 1943 verhuisden de meeste departementen uit Den Haag naar onder meer Hilversum en Utrecht. Seyss-Inquart bleef, juist als symbool van het Duitse gezag. Om die reden kwam er een tweede vesting in de stad: Stützpunktgruppe Clingendael, met eigen tankgrachten en bunkers. De commandobunker die Seyss-Inquart naast zijn villa liet bouwen kreeg, om het militaire karakter ervan te verhullen, het uiterlijk van een boerderij.